Onze visie op hulpverlening

Als organisatie in de jeugdhulp hebben wij een taak, een missie te vervullen met name: werken met en voor kinderen en jongeren tussen 0 en 18 (21) jaar en hun contextfiguren, bij wie begeleiding aangewezen is of door hen zelf gevraagd wordt. Via verschillende werkvormen (modules) proberen wij kwalitatieve begeleiding aan te bieden zo lang dit nodig is en met de begeleiding die hen maximale hulp kan bieden. Het is daarbij één van onze eerste en meest fundamentele doelstellingen dat de cliënt en zijn context de begeleiding als positief ervaart en dat men doorheen de begeleiding opnieuw zijn plaats in de samenleving weet te vinden. Onze hulp wil en moet dan ook tijdelijk en subsidiair zijn.

Dit uitgangspunt zit meteen ook vervat in de kernzin van onze missie:                        

‘Wij bieden pas hulp, als deze door de cliënt ook als hulp ervaren wordt…’

Voor elk cliëntsysteem is een goed functioneren in de maatschappij het primordiale doel van onze hulpverlening.

Pluralisisme en non-discriminatie dragen we hierbij hoog in het vaandel. Als organisatie maken wij geen onderscheid op basis van leeftijd, geslacht, ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, ras, geaardheid of vermogenstoestand (cfr art. 3 §1 van het kwaliteitsdecreet).

Daarnaast wordt elke hulpverleningsvorm vanaf de start opgebouwd vanuit een geloof in de kracht van de cliënt en zijn of haar context. Dit geloof vertaalt zich ook in de personeelsbezetting van de organisatie en in de inhoudelijke opvolging van elk dossier. De organisatie zoekt daarbij steeds naar de meest aangepaste hulpverleningsvorm en evalueert geregeld de eigen flexibiliteit in functie van cliëntvragen.

 

Ons aanbod aan hulpverlening moet daarbij kwalitatief zijn en zo maximaal mogelijk beantwoorden aan onze opdracht en missie. We bewerkstelligen dit als organisatie door iedere dag opnieuw een integrale kwaliteitszorg na te streven waarbij:

  • Wij zorgen voor kwaliteit voor de gebruiker
  •  Wij zorgen voor kwaliteit voor de medewerker
  • Wij zorgen voor kwaliteit voor de samenleving

Kwaliteit voor de cliënt

Kwaliteit voor de medewerker

Kwaliteit voor de samenleving

  • De cliënt is tevreden
  • De cliënt krijgt een stem

 

  • De medewerker is tevreden
  • De medewerker is betrokken
  • Externe partners zijn betrokkenen en tevreden
  • De organisatie zet netwerken op

                                                                                                                     Het is onze opdracht om deze drie aspecten steeds in rekening te brengen bij alle acties die wij ondernemen in elke begeleiding. Het toetsen van onze werkwijze aan de kwaliteit die wij bieden voor iedere cliënt, iedere medewerker en de samenleving moet als een rode draad doorheen ons kwaliteitsbeleid terug te vinden zijn.

Daarbij gaan wij ook steeds uit van een welbepaalde mensvisie en een welbepaalde ethiek. Deze mensvisie en ethiek vertaalt zich vervolgens in een aantal fundamentele waarden in ons professioneel denken en handelen en een aantal concrete uitgangspunten en accenten binnen onze hulpverlening.

1. Onze fundamentele waarden

  • Gelijkwaardigheid:

Alle partijen krijgen evenveel ruimte om te spreken en gehoord te worden, evenals om gezien en erkend te worden in hun talenten en tekortkomingen. Dit impliceert een recht op dialoog voor iedereen en dit houdt ook in dat ieder recht heeft op toelichting bij een beslissing die niet door hem of haar genomen werd. Beslissingen van die aard gebeuren dan ook het best vanuit een verworven mandaat. Een mandaat betekent hierbij dat men het recht verworven heeft bij de andere om een bepaalde positie in te nemen ten aanzien van hem of haar.

  • Respect:

Respect betekent dat men de ander onvoorwaardelijk als een waardig en waardevol persoon benadert. 

  • Mildheid:

Mildheid betekent in deze dat men voorrang geeft aan de mens, eerder dan aan de regels. Alsook, dat men bereid is om te vergeven en te herbeginnen.

  • Sereniteit:

Evenwicht, rust en balans als persoon en in de wijze waarop je de ander benadert en daarbij teruggaat naar de essentie.

  • Integriteit:

Eerlijkheid en oprechtheid ten aanzien van jezelf en ten aanzien van de ander, die tot uiting komen  in je handelen en je menszijn. 

  • Solidariteit:

Solidariteit betekent verantwoordelijkheid dragen voor elkaar en deze delen met elkaar.

  • Rechtvaardigheid:

Het recht om op een correcte wijze behandeld en benaderd te worden in functie van het welzijn van alle betrokkenen. 

2. Uitgangspunten en accenten

  •  Contextueel werken:

Contextueel werken staat voorop in elke begeleidingsvorm die wij aanbieden. Het cliëntsysteem wordt zo maximaal mogelijk betrokken en geappelleerd doorheen de begeleiding. Wij kiezen daarbij voor een contextteam, waarbij voor elke cliënt één contextbegeleider wordt aangeduid (Boszormenyi-Nagy, 2000) (I.Boszormenyi-Nagy, 1999).

  • Het cliëntsysteem als  sturende factor:

 Dit betekent dat wij steevast vraaggericht moeten en willen werken, veel eerder dan aanbodgericht (L.Isebaert, 2007).

  • Emancipatorisch en responsabiliserend werken:

 De begeleidingsrol moet uitgaan van de krachten van de cliënt en het cliëntsysteem. Wij nemen verantwoordelijkheid op tijdens de begeleiding, maar steeds met de mogelijkheid tot grote betrokkenheid én eindverantwoordelijkheid van verantwoordelijke opvoedingsfiguren en de betrokken contextfiguren.

  • Competentieversterkend werken:

 Een fundamenteel geloof in en het continue stimuleren van reeds aanwezige en nieuw te ontwikkelen vaardigheden bij het cliëntsysteem (L.Isebaert, 2007).

  • Expertise en zorgcoördinatie:

Binnen ieder dossier wenden we zo veel mogelijk expertiseaan ten behoeve van de verschillende hulpvragen en dit op verschillende niveau’s: intern (multidisciplinair d.m.v. casusoverleg, cliëntbespreking, teamoverleg, etc.) en extern (d.m.v. samenwerkingsverbanden, adviezen vanwege externe diensten, intervisie, cliëntoverleg, ronde tafelgesprekken, etc.). Daarenboven is er binnen elk dossier één zorgcoördinator(interne regie op casusniveau) die alle zorgvragen van de cliënt en het cliëntsysteem behartigt en coördineert tegenover alle betrokken partijen.

  • Individuele begeleiding en begeleiding op maat:

De  rol van de individuele begeleider van de cliënt krijgt steeds een centrale plaats. Hij/zij moet het ‘samen op weg gaan’ met de cliënt(systeem) concreet waarmaken tijdens het begeleidingstraject. Overleg op regelmatige basis met zorgcoördinator en contextbegeleider moet de doelstelling van juiste zorg op de juiste plaats, op het juiste moment en op maat van de cliënt kunnen waarborgen.